REFERENDUM REVIEW

This upcoming program is in my opinion the most important show that I have had the privilege of presenting.

With the break-up of the Netherlands Antilles following the result of the 2004 referendum the concept of the BES Island structure was created by the Dutch government and the members of the government of the three Islands Saba, St Eustatius and Bonaire without the consultation of the people of these Islands.

Whilst the main issue decided in the last referendum which was to form closer ties with the Netherlands is undisputed the way forward to achieve this was not.

Bearing in mind the gravity and implications of this historic change it has been agreed that a further referendum should be held in order to give the people of Bonaire the chance to be involved in the choices that may be open to both parties, the Dutch and the people of Bonaire. These choices will also directly effect the future of the other two BES Islands.

The program will be debated mostly in English. However some guests may wish to put their point in their native tongue. In these situations we will do our best to translate into English as the base language.

The first program will go out live this Tuesday 19th November 0900 local time and every Tuesday there after until the week prior to the referendum.

We look forward to your participation.

Sean Paton

Referendum Bonaire op losse schroeven
Source: Amigoe.com
2 Feb, 2010, 13:34 (GMT -04:00)

KRALENDIJK — In de referendumkwestie heeft zich vanochtend een onverwachte wending voorgedaan: de referendumverordening die vrijdag door de Eilandsraad is aangenomen, moet worden vernietigd. Gezaghebber Glenn Thodé heeft de noodzakelijk afkondiging van de verordening opgeschort.

Dat betekent dat de wet moet worden vernietigd als de gouverneur gehoor geeft aan het verzoek. De Eilandsraad moet dan opnieuw bijeen komen voor behandeling van de verordening. Het is daarmee zeer de vraag of het referendum van 26 maart over de staatkundige toekomst van Bonaire daadwerkelijk gehouden kan worden. Thodé is op basis van artikel 98 uit de ERNA (Eilandenregeling Nederlandse Antillen) bevoegd om een afkondiging van een verordening op te schorten, schrijft hij aan de Eilandsraad.
In een brief aan gouverneur Frits Goedgedrag (waarvan de Eilandsraad een kopie heeft gekregen) legt Thodé uit hoe hij hiertoe is gekomen: ‘De verordening houdt onvoldoende rekening met het VN adviesrapport ‘Recommendations of the Needs Assessment Mission to Bonaire – 1 to 5 December 2009’. Ik verwijs hierbij naar aanbeveling I uit genoemd rapport voor wat betreft datum van het referendum, aanbeveling II over de vraagstelling, aanbeveling III ten aanzien het de internationale praktijk van consensus en naar aanbeveling IV met betrekking tot het recht om te stemmen.’ Thodé legt in de brief verder uit dat hij op grond van bovenstaande punten van mening is dat het geplande referendum de toets aan het internationaal recht niet zal doorstaan: ‘Deze gang van zaken is strijdig met het algemeen belang van het Koninkrijk en gaat ten koste van het belang van Bonaire in het bijzonder.’

Bij de Eilandsraadvergadering van vrijdagmiddag, toen de referendumverordening na een debat van zes uur met meerderheid maar zonder consensus werd aangenomen, was al duidelijk dat Thodé het oneens was met de bepalingen in de verordening. Hij deed bij aanvang van de vergadering een dringende oproep om te komen tot consensus, zoals de Verenigde Naties (VN) in het advies van eind december aanraadde. Consensus zat er echter duidelijk niet in. De coalitie PDB/LpK bleeft bij haar standpunt dat de bepalingen in de referendumverordening waren beargumenteerd volgens internationaal recht. Oppositiepartij UPB week ook geen centimeter en de Eilandsraadsleden werden het niet eens. Dat de verordening toch aangenomen kon worden, was dankzij de meerderheid in de raad van de coalitie.
Volgens Thodé zijn de bepalingen in de verordening over de voorgestelde datum, vraagstelling en wie stemgerechtigd zijn, in strijd met het advies van de VN. Zo zouden bijvoorbeeld Europese Nederlanders alleen mogen stemmen als zij vanaf 1 januari 2007 op Bonaire wonen, terwijl de VN in het advies van eind december voorstelt om als ‘reasonable comprise solution’ iedereen te laten stemmen die sinds 15 september 2009 (de datum waarop werd besloten tot het houden van een referendum) op Bonaire woont.

‘Te verwachten’
Partijleider Ramonsito Booi van UPB liet aan de verzamelde pers voor zijn woning weten dat de opschorting van de verordening door Thodé niet nodig was geweest, als in de verordening de aanbevelingen van de VN waren overgenomen. “Dan hadden we namelijk consensus gehad. Dit was voorspelbaar. De gezaghebber heeft vrijdag duidelijk bij de raadsvergadering aangegeven hoe hij erover dacht. Hieruit blijkt dat je niet alles kunt beslissen wat je maar wilt, alleen omdat je de meerderheid hebt in de eilandsraad.”
 
‘Consensus niet in de wet’

 Anthony Nicolaas, die deel uitmaakt van de coalitie, reageerde vanmorgen vrij laconiek. “Er staat nergens in de wet dat er consensus moet zijn. Wij als de coalitie hebben de VN uitgenodigd. Zij hebben een aantal aanbevelingen gedaan, bijvoorbeeld over de vraagstelling. Die is volgens ons duidelijk. De datum van 26 maart biedt volgens de VN genoeg tijd om een informatiecampagne te voeren. Maar als dat niet lukt, dan kunnen we het verschuiven. Dat is bij het referendum van 2004 meerdere keren gebeurd. En bij dat referendum was er ook geen consensus over de vraagstelling en wie er stemgerechtigd zijn. Het is wel uitzonderlijk dat de gezaghebber om opschorting vraagt. Ik heb dat maar een keer meegemaakt in tien jaar en dat was toen Richard Hart de Eilandsverordening voor een vierde gedeputeerde opschortte. De gouverneur heeft 30 dagen de tijd om te beslissen. En hij kan ook nog 30 dagen verlenging vragen. Dan ben je twee maanden verder en wordt 26 maart niet haalbaar. Vorige keer bleef een beslissing van de gouverneur uit. Dan moet de wet alsnog worden afgekondigd.”

Overseas Territories Review: Who Constitutes The People of a Non Self-Governing Territory?

STEMRECHT BIJ REFERENDA

KRALENDIJK - De heer Booi beweert dat er sprake is van discriminatie in het referendum omdat Europese Nederlander die pas na 1 januari 2007 op Bonaire zijn ingeschreven niet mogen stemmen terwijl zij dat wel mochten bij de recente statenverkiezingen.

In dit verband dient uiteraard te worden gewezen op de uitspraak van de United Nations Human Rights Comittee (Gillot v. Frankrijk). De MvT geeft al enkele citaten uit die beslissing.

Hierbij nog enkele andere citaten:

!2.2 ..the Comittee recalls its decisions in relation to article 25 of the Covenant, namely that the right to vote is not an absolute right and that restrictions may be imposed on it provided they are not discriminatory or unreasonable.

13.5 In relation to the … complaints, the Committee observes, as the State party confirms, that the criteria governing the right to vote in the referendums have the effect of establishing a restricted electorate and hence a differentiation between (a) persons deprived of the right to vote … in the ballot in question, and (b) persons permitted to exercise this right, owing to their sufficiently strong links with the territory whose institutional development is at issue… The Committee recalls that not all differentiation constitutes discrimination if it is based on objective and reasonable criteria and the purpose sought is legitimate under the Covenant.

13.16 The Comittee recalls that, in the present case, article 25 of the Covenant must be considered in conjunction with article 1 (het zelfbeschikkingsrecht). It therefore considers that the criteria established are reasonable to the extent that they are applied strictly and solely to ballots held in the framework of a self-determination process. Such criteria, therefore, can be justified only in relation to article 1 of the Covenant, which the State party does… the Committee considers that, in the present case, it would not be unreasonable to limit participation in local referendums to persons ‘concerned” by the future of New Caledonia who have proven, sufficiently strong ties to that territory.

13.17 Furthermore, in the Committee’s view, the restrictions on the electorate resulting from the criteria used for the referendum of 1998 and referendums from 2014 onwards respect the criterion of proportionality to the extent that they are strictly limited ratione loci to local ballots on self-determination and therefore have no consequences for participation in general elections…

Het is wel aardig om te vermelden dat in de referenda in Nw Caledonia een verblijfseis van tien resp. twintig jaar gold/geldt, heel wat meer dan de voorgestelde drie jaar termijn voor Bonaire.
Het lijkt me dan ook verhelderend om deze citaten even te vermelden.
Aldus een commentaar van de Democratische Partij Bonaire.

Minor majority votes for Referendum by-law
Source: Amigoe.com
30 Jan, 2010, 07:21 (GMT -04:00)

During a short break of the six-hour Island Council meeting, Governor Glenn Thodé tries to convince Jopie Abraham (PDB) of the necessity of a consensus on the referendum by-law.

KRALENDIJK — The Island Council adopted the by-law Referendum Bonaire 2010 with a majority but without consensus yesterday evening at eight o’clock. The referendum will be held on March 26th, as five members of the PDB-LpK coalition had voted for the by-law, while four UPB-members had voted against. The other stipulations in the by-law, such as the presentation of the question and the voters with the referendum, are also effective.

After a six-hour meeting in the Pasanggrahan, in which all members had made the most of their speaking time, agreement was reached on the two largest obstacles, namely the presentation of the questions and the voters with the referendum. UPB stood firm that many European Dutch citizens will be excluded from voting because it is very convenient to the coalition. Furthermore, as far as the party is concerned, the option for ‘association’ is over and done with; that political relationship had been discussed and worked out in 1993, but other choices have been made in the meantime.
In their turn, the PDB-LpK coalition kept hammering at the fact that the made choices had been well substantiated according to international law. For instance, an example was cited on the upcoming referendum in New Caledonia (a French territory), where the inhabitants are only allowed to vote after they had lived on the island for twenty years. Even that is permitted according to the European Court for the Rights of the Human. Jopie Abraham (PDB) therefore wondered why European Dutch citizens with a three-year contract should be allowed to vote on the future of Bonaire. For Anthony Nicolaas (LpK) it was mainly important that the referendum would be held, he said irrespective the datum and the questions.

Introduction by Governor
The most notable thing about the meeting was the introduction by Governor Glenn Thodé at the start of the meeting. As Chairman of the Island Council, he made use of his right (according to article 69 of the ERNA and article 25-2 of the Regulation of Order) to make an urgent appeal to the council-members to reach a consensus. This led to an outraged remark from Jopie Abraham (PDB) on the lack of objectivity.
Thodé also asked the members to reconsider the restriction of the right to participate with the referendum: “I want to remark that our Island Council represents the entire population of Bonaire and not only just a part. Therefore, I advise the Island Council to consider whether they actually want to restrict the right to participate with the referendum. What are the reasons to debar the people who you represent from voting, based on our normal suffrage? Think about the Arubans who have been living here for two years, or children of Bonairean citizens born in the Netherlands and having returned to the island. Must we fear their vote? Do we not want to hear the voice of a Dutch citizen from Maastricht who came to live on Bonaire 1½ years ago? If we choose to live in the Netherlands or on Aruba, what would think, how would we feel if we were treated in such a manner?

Kleine meerderheid stemt voor Referendumverordening
Source: Amigoe.com
30 Jan, 2010, 13:04 (GMT -04:00)

KRALENDIJK — De Eilandsraad heeft gisteravond om acht uur de verordening Referendum Bonaire 2010 met een meerderheid, maar zonder consensus, aangenomen. De vijf leden van de coalitie PDB-LpK stemden voor, de vier UPB-leden tegen. Dat betekent dat het referendum wordt gehouden op 26 maart. Ook de overige bepalingen in de verordening zijn van kracht, zoals de vraagstelling en de bepaling wie stemgerechtigd zijn.

door onze verslaggever
Marieke Serruys

Tijdens een korte schorsing van de zes uur durende Eilandsraadvergadering probeert gezaghebber Glenn Thodé om Jopie Abraham (PDB) te overtuigen van de noodzaak van consensus over de referendumverordening.

Na zes uur vergaderen in de Pasanggrahan, waarbij alle leden hun spreektijd benutten, kon geen overeenstemming worden bereikt over de twee grootste obstakels: de vraagstelling en de stemgerechtigden bij het referendum. UPB bleef bij haar standpunt dat veel Europese Nederlanders van stemming worden uitgesloten omdat dat de coalitie goed uitkomt. Verder is de optie voor ‘associatie’ wat de partij betreft een gepasseerd station; in 1993 is die staatkundige verhouding besproken en uitgewerkt maar inmiddels zijn andere keuzes gemaakt.
De PDB-LpK coalitie bleef op haar beurt hameren op het feit dat de gemaakte keuzes goed zijn beargumenteerd volgens internationaal recht. Zo werd een voorbeeld aangehaald van het te houden referendum in Nieuw-Caledonië (een Frans gebiedsdeel), waarbij inwoners pas mogen stemmen als zij twintig jaar op het eiland wonen. Zelfs dat is toegestaan volgens het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. En waarom zouden bijvoorbeeld Europese Nederlanders met een driejarig contract mogen stemmen over de toekomst van Bonaire, vroeg Jopie Abraham (PDB) zich af. Voor Anthony Nicolaas (LpK) was het met name van belang dát het referendum er komt, zei hij, ongeacht de datum en de vragen.

Introductie gezaghebber
Het meest opvallende van de vergadering was de introductie van gezaghebber Glenn Thodé bij aanvang van de vergadering. Hij maakte als voorzitter van de Eilandsraad gebruik van zijn recht (volgens artikel 69 van de ERNA en artikel 25-2 van het Reglement van Orde) om zich uit te spreken en deed daarbij een dringende oproep aan de raadsleden om te komen tot consensus. Dat kwam hem te staan op een verontwaardigde opmerking van Jopie Abraham (PDB) over gebrek aan objectiviteit.
Ook vroeg Thodé de leden nog eens goed na te denken over de beperking van het recht tot deelname aan het referendum: “Ik wil opmerken dat onze Eilandsraad de gehele Bonairiaanse bevolking vertegenwoordigt, niet een deel daarvan. Daarom raad ik de Eilandsraad aan om goed na te denken of ze echt het recht tot deelname aan het referendum wil beperken. Wat zijn de redenen om mensen het stemrecht te onthouden die jullie, op basis van ons normale stemrecht, vertegenwoordigen? Denk aan de Arubanen die hier twee jaar wonen of kinderen van Bonairianen die in Nederland geboren zijn en hier vorig jaar zijn komen wonen. Moeten we bang zijn voor hun stem?  Willen we niet de stem horen van een Nederlander uit Maastricht die anderhalf jaar geleden op Bonaire is komen wonen? Als wij in Nederland of op Aruba gaan wonen, wat zouden wij denken en voelen als wij zo behandeld zouden worden?’

Reactie Jopie Abraham (PDB) op verklaringen Booi (UPB), 28 jan 2010

Jopie Abraham:  BOOI (UPB) VERSTREKT ONJUISTE  INFORMATIE

KRALENDIJK -Als reactie op de verklaringen van de heer R. Booi omtrent het referendum op Bonaire 26 maart a.s. wil ik als fractieleider van de Democratische Partij  de navolgende opmerkingen plaatsen:

  1. Booi zegt dat het advies van de VN niet is opgevolgd omdat de VN gezegd zou hebben dat er een consensus moet zijn in de ER. In de eerste plaats heeft de VN dat niet gezegd; het rapport zegt wel dat naar consensus moet worden gestreefd. Consensus moet, net als de liefde, van twee kanten komen. Zo hebben wij als coalitie de voorgestelde vijf jaar termijn (die voor alle Nederlanders gold ook voor de Bonairiaanse Nederlanders) nu teruggebracht tot ongeveer drie jaar (en dan alleen nog voor Europese Nederlanders). Daarbij komt dat de datum van 1 janurari 2007 thans, anders dan in het advies, is beargumenteerd (op een wijze welke past in de VN  jurisprudentie op dit terrein). Tevens is door ons , anders dan in het advies, voorgesteld om vreemdelingen te laten meestemmen (zij het alleen die vreemdelingen die tien jaar of meer op Bonaire woonachtig zijn en op die grond thans ook een vergunning tot verblijf voor onbepaalde tijd (moeten) hebben.  In dit verband moet ook worden opgemerkt dat in het VN advies nadrukkelijk wordt gezegd dat het laten meestemmen van vreemdelingen (en minderjarigen) niet verboden is maar ook niet verplicht.
  2. Booi zegt dat de vraagstelling nog steeds niet duidelijk is. Eerst werd er gesproken over “vrije associatie”, toen kwam Bob Wit spreken over een “gelimiteerde associatie” en nu gaat het om (alleen) “associatie”.  In de eerste plaats moet hier tegenover worden gesteld dat er geen sprake is van onduidelijkheid of van wisselende alternatieven. “Vrije associatie” is genoemd door de adviescommissie, niet door rood (PDB) of blauw (LpK). Daarna kwam het advies van de heer mr. Bob Wit dat rood en blauw hebben overgenomen. In dat advies wordt overduidelijk (na plaka chiki)  uitgelegd dat het begrip “vrije associatie” te ruim is omdat ook een autonoom land in het koninkrijk reeds een vorm van een vrije associatie (min) is. Vervolgens is het alternatief in het advies van mr. Wit  nader gepreciseerd en gelimiteerd door de verwijzing naar het model Lubbers van 1993. Diezelfde precisering is terug te vinden in de MvT van de voorgestelde EV. Er is dus geen sprake van onduidelijkheid of wisselende concepten. In de tweede plaats kan het niet onduidelijk zijn omdat het “model Lubbers” indertijd onder verantwoordelijkheid van de toenmalige gedeputeerde de heer Ramonsito Booi, tot stand is gekomen. Diezelfde heer Booi heeft dus wat uit te leggen indien hij dat model thans onduidelijk vindt. Het model is indertijd voorgesteld door Nederland, dus ook van die zijde kan thans moeilijk beweerd worden dat een en ander onduidelijk of onpraktisch of onredelijk of onmogelijk is. Dat model is indertijd niet tot leven gebracht vanwege het feit dat de toenmalige Antilliaanse regering de stop uit het gehele staatkundige proces heeft getrokken. In de derde plaats lijkt het me goed om in dit verband letterlijk de woorden van Dortalina aan de vooravond van het referendum in 2004 te citeren: de invulling van de laso direkto kan of via een integratiemodel (“ modelo di integrashon”)of via een associatie model (“ modelo di asosahon” , waarbij voor het laatste model, zo zei de toenmalige gedeputeerde staatkundige zaken Dortalina zelf, het model van 1993 als uitgangspunt geldt. Met andere woorden, als er op het punt van de vraagstelling thans geen consensus komt, moet dit geheel aan  de heer Booi en zijn UPB fractie worden verweten omdat die in 2004 precies hetzelfde zei als thans in de vraagstelling (EV plus MvT) wordt verwoord.
    Overigens is het advies van de VN geheel opgevolgd; zowel integratie als associatie zijn thans, anders dan in het advies van de adviescommissie, nader gedefinieerd. Ook de in VN-kringen zeer gerespecteerde zelfbeschikkingsrecht “guru” Dr. Carlyle Corbin heeft zich in zijn recente toespraak op Curaçao op het standpunt gesteld dat de bevolking van Bonaire nog steeds het recht heeft om zich uit te spreken over de vraag of wel wil integreren met het “moederland”.
  3. Voor wat betreft de persoon van de voorgestelde voorzitter: Dr. D. Boersema  is geen adviseur van de PDB of de gedeputeerde. Hij heeft slechts de gedeputeerde bijgestaan omtrent de staatsrechtelijke en internationaalrechtelijke aspecten van een referendum als het onderhavige. Hij is een professioneel, een advocaat en staatsrechtgeleerde, geen politicus. Hij woont niet op Bonaire en heeft daar geen belangen. Dr. Boersema  is daarentegen wel zeer goed op de hoogte van de lokale situatie. Hij heeft ervaring met referenda als de onderhavige en heeft een dergelijke commissie op Curaçao zeer recentelijk ook voorgezeten van welke taak hij zich op bekwame en onpartijdige wijze heeft gekweten. Hij heeft zich ook nimmer onvoorwaardelijk uitgesproken voor een van de twee opties. Kortom: Bonaire mag zich dus in de handen knijpen.

Het is tenslotte dieptreurig dat juist de heer Ramonsito Booi en zijn partij (UPB) die in 2004 een onvolkomen referendum met een zeer discutabele vraagstelling hebben gehouden, waardoor thans een tweede referendum volgens internationale regels vereist is, op alle mogelijke manieren tracht de geloofwaardigheid van integere professionelen te beschadigen met ongefundeerde kreten. Overduidelijk is dat Booi en de UPB geen consensus wensen en slechts erop uit zijn Bonaire tegen wil en dank en zonder inspraak van de bevolking onderdeel te maken van Nederland.
Ik doe een oproep aan de leden van de eilandsraad, ongeacht politieke kleur, om op zijn minst onze boneriaanse bevolking de eerlijke kans te gunnen zich op objectieve wijze over een zo’n belangrijke aangelegenheid zelf uit te spreken. Deze oproep geldt ook voor het Regionaal Service Centrum, de zgn. BES-Commissaris en de Staatssecretaris voor Koninkrijkrelaties.

Jopie Abraham
Fractieleider van de Democratische Partij Bonaire.

Referendum op 26 maart, keuze uit twee opties
Source: Amigoe.com
27 Jan, 2010, 13:22 (GMT -04:00)

KRALENDIJK — De geplande datum voor het referendum over de staatkundige toekomst van Bonaire is 26 maart, zo staat in de ‘ontwerp- eilandsverordening referendum Bonaire 2010’ die vandaag in de centrale commissie van de Eilandsraad is behandeld. Dat is dezelfde dag als wanneer de nieuwe Statenleden aantreden.
De vraagstelling (in het Papiaments en Nederlands) luidt als volgt: ‘Ik wil dat Bonaire een rechtstreekse band met Nederland zal hebben in de vorm van A: Associatie (Bonaire krijgt een eigenstandige positie binnen het Koninkrijk der Nederland of B: Integratie (Bonaire wordt deel van Nederland)’.
Kiesgerechtigd worden degenen die vijftig dagen voor de datum van het referendum ingezetenen van het Bonaire zijn, mits zij Nederlander zijn en op dag van het referendum minimaal 18 jaar. Nederlanders die niet op de Antillen zijn geboren, zijn stemgerechtigd als zij voor 1 januari 2007 op Bonaire woonden. Niet-Nederlanders moeten vijftig dagen voor de referendumdatum tien jaar onafgebroken op Bonaire hebben gewoond, minimaal 18 jaar zijn en over een geldige verblijfstitel beschikken. Om het referendum bindend te laten zijn, moet minimaal 50 procent van de kiesgerechtigden een geldige stem uitbrengen. Daarbij zijn ook blanco stemmen geldig.
Nieuwe vraagstelling
De vraagstelling die eerder door de referendumcommissie was voorgesteld (‘Moet de directe band met Nederland een vrije associatie zijn in plaats van integratie?’) is na het adviesrapport van eind vorige maand van de Verenigde Naties (VN) aangepast. De VN deed in het -kort maar krachtige- rapport zelf geen voorstel voor een andere vraag maar oordeelde wel dat de voorgesteld vraag ‘helemaal niet duidelijk was’. Zowel de termen ‘vrije associatie’ als ‘integratie’ moesten wat de VN betreft op objectieve wijze aan de bevolking worden uitgelegd, inclusief de gevolgen van de keuze. Ofwel de Eilandsraad moest een nieuwe vraagstelling formuleren. In de ontwerp-eilandsverordening is dus gekozen voor uitleg van de termen. De kwestie is of die duidelijk genoeg is, vooral voor wat betreft de gevolgen. Bij voorkeur moet de vraagstelling op basis van consensus worden  aangenomen, meent de VN.
Geen vijf maar drie jaar
Voor wat betreft de stemgerechtigden schrijft de VN dat het oorspronkelijke voorstel, namelijk vijf jaar onafgebroken ingezetene zijn van Bonaire,  ‘problematisch is en onterecht veel burgers zou uitsluiten van het recht om te stemmen’. Het voorstel van de VN was om stemrecht te geven aan Europese Nederlanders die reeds voor 15 september op Bonaire woonden (de datum waarop de Eilandsraad besloot om een referendum te houden). In de ontwerp-eilandsverordening is dat niet overgenomen. Het is geen vijf jaar, geworden maar wel ruim drie jaar. In de memorie van toelichting op de ontwerp-verordening wordt dit uitgelegd; de datum van 1 januari 2007 is gekozen omdat dat de ‘gefixeerde datum was waarop met de implementatie van de tot integratie leidende vorm voor de directe band met Nederland werd begonnen’.
Referendumcommissie
Als het referendum op 26 maart wordt gehouden, geeft dat voldoende tijd (namelijk zes tot acht weken) voor een voorlichtingscampagne, zo staat in de ontwerp-eilandsverordening. VN-regels bepalen geen specifieke termijn voor zo’n campagne maar zes weken wordt volgens het rapport van de VN beschouwd als een goede termijn.  Het geven van onafhankelijke en objectieve informatie over het referendum valt onder verantwoordelijkheid van de door het Bestuurscollege te benoemen Referendumcommissie Bonaire 2010, zoals ook de VN aanraadt.  Wat PDB-partijleider Jopie Abraham betreft, wordt staatsrechtdeskundige Douwe Boersma voorzitter van de Referendumcommissie, zo liet Abraham maandag weten. Boersma was voorzitter van de referendumcommissie op Curaçao in 2009 en legde de basis voor de ontwerp-eilandsverordening voor het referendum op Bonaire. Abraham vertelde dat de UPB-leden van de Eilandsraad problemen hebben met een voorzitterschap van Boersma, maar gaf daar verder geen argumenten voor. 

What's in the balance?

Advies Mr. J. Th. Wit to Mr. Jopie Abraham 2 nov 2009 (Nederlands) - The legal opinion by the Hon. Mr. Justice Jacob Th. Wit of the Caribbean Court of Justice (English)

Article: Staatsrechtdeskundige steunt analyse Bob Wit
Source: Amigoe

10 Nov, 2009, 12:06 (GMT -04:00)

KRALENDIJK — Coalitiepartij ADB heeft een tweede advies gevraagd en gekregen over de staatkundige veranderingen. Staatsrechtdeskundige Douwe Boersma (prof. mr. dr.) heeft zich net als rechter Bob Wit verdiept in de opties voor de toekomstige relatie tussen Nederland en Bonaire.

Boersma schrijft in een brief aan partijleider Jopie Abraham dat hij de analyse van Wit ondersteunt, namelijk dat Nederland de verplichting heeft om “in beginsel en te goeder trouw en in redelijkheid” mee te werken aan de verwerkelijking van een door Bonaire per referendum gemaakte keuze. Boersma gaat zelfs nog iets verder door te stellen dat de bewijslast voor die goede trouw en redelijkheid bij Nederland behoort te liggen; Nederland moet bij een eventueel gebrek aan bereidheid om mee te werken aan de staatkundige wensen van Bonaire, met goede argumenten komen. Het is daarbij niet van belang of de huidige Nederlandse grondwet ruimte biedt voor de gewenste staatkundige verhouding, meent Boersma. Staatssecretaris Ank Bijleveld heeft meerdere malen aangegeven dat de optie van ‘vrije associatie’ binnen de grondwet niet mogelijk is en dat alleen kan worden gekozen voor de mogelijkheid om land, provincie, gemeente of openbaar lichaam te worden. ‘Waar een wil is, is een weg’ schrijven zowel Wit als Boersma.
 
Los van Curaçao
‘De bestaande realiteit is, dat – terwijl in het referendum van 2004 slechts gekozen werd voor een directe band met Nederland – thans gewerkt wordt aan een vorm van integratie die in dat referendum niet werd voorzien. Politiek betekende de keuze voor een directe band met Nederland immers vooral een “los van Curaçao”, schrijft Boersma verder. Hij benadrukt dat zijn ervaring als secretaris van de Curaçaose referendumcommissie 2005 en als voorzitter van eenzelfde commissie in 2009, heeft geleerd hoe groot het belang is van informatieverstrekking voorafgaand aan een referendum. Ook over de mogelijke gevolgen van een keuze moet de bevolking worden geïnformeerd. Die gevolgen zijn niet helemaal te overzien omdat na de uitslag van het referendum opnieuw moet worden onderhandeld met Nederland.  
 
Vraagstelling
Boersma stelt een meervoudige vraagstelling in plaats van een ja/nee vraag omdat anders het risico bestaat dat nóg een referendum nodig is. Zijn voorstel is om de bevolking te laten kiezen uit drie opties: Bonaire moet een deel worden van Nederland, een land worden binnen het Koninkrijk met een zo groot mogelijke autonomie of een Koninkrijkseiland. Het begrip ‘Koninkrijkseiland’ stamt uit 1993 en er ligt al een concept-staatsregeling die destijds is opgesteld. Volgens Boersma zou die optie neerkomen op de keuze voor minder autonomie in ruil voor rustiger politieke verhoudingen binnen het Koninkrijk.
 
Net als het advies van Bob Wit, heeft Abraham ook dit advies doorgestuurd naar de vaste Kamercommissie voor Nederlands Antilliaanse en Arubaanse Zaken (NAAZ). Boersma is advocaat op Curaçao en hoogleraar aan de Universiteit van Groningen, van Aruba en van de Nederlandse Antillen.

Article: Wordt Bonaire ingelijfd of mag de burger nog wat zeggen?
Source: NRC Handelsblad

Maandag 9 november 2009 door Jos Verlaan

Het verzet op Bonaire tegen samengaan met Nederland groeit. Volgens rechter J.Th. Wit van het Caraïbische Hof van Justitie handelt Den Haag  in ‘flagrante’ strijd met het recht als er niet eerst een referendum wordt gehouden. Zelfbeschikking is  ’geen recht van politici’ maar van de bevolking.

De Rijksministerraad stemde vrijdag in met uitbreiding van het Nederlandse grondgebied. Na opheffing van de Antilliaanse landsregering, volgend najaar, treden de eilanden Bonaire, St. Eustatius en Saba toe tot het Nederlandse staatsbestel. Maar het verzet op Bonaire  groeit. Het protesterend eilandsbestuur krijgt inmiddels bijval van een gezaghebbende jurist.  Zonder lokaal referendum handelt Nederland in ‘flagrante’ strijd met internationale verdragen, concludeert rechter J. Th. Wit van het Caraïbische Hof van Justitie. Annexatie zou neerkomen op gedwongen inlijving van Bonaire, aldus Wit.

Wit schrijft dit in een advies aan het eilandsbestuur. Staatssecretaris Bijleveld (Koninkrijksrelaties, CDA) houdt vast aan eerder gemaakte afspraken met Bonaire, St Eustatius en Saba. Zij worden  openbaar lichaam (bijzondere gemeente) in het Nederlandse staatsbestel. Op Bonaire werd daarover onderhandeld met de afgelopen zomer afgezette Christendemocratische partij van UPB-leider Ramoncito Booi. Hij is, met anderen, onderwerp van justitieel onderzoek naar vastgoedfraude en het aannemen van steekpenningen. Lees hier een bericht op deze site.

Een nieuwe bestuurscoalitie, onder leiding van Jopie Abrahams’ partij ADB ageert inmiddels tegen die ‘inlijving’ bij Nederland en wil daar op korte termijn een referendum over. Terecht, aldus Wit. Want Nederland had die afspraken ‘naar geldend internationaal recht’, nooit mogen maken zonder ‘uitdrukkelijke machtiging van de bevolking’. Wit baseert zich daarbij op resolutie 1541 van de Verenigde Naties, waarin die referendumplicht staat. Anders kunnen onder het mom van integratie koloniale en ongelijke verhoudingen weer worden ingevoerd. En opgaan in Nederland is onherroepelijk.  Eenmaal geïntegreerd ,, is het niet meer mogelijk om er weer uit te stappen” aldus Wit.

In 2004 sprak een meerderheid van de inwoners van Bonaire zich uit voor directe banden met Nederland. Maar het integratiemodel is niet aan de orde geweest, benadrukt Wit. Want ‘rechtstreekse banden met’, is nu eenmaal iets anders dan ‘integratie ìn Nederland’. De ADB wil in het referendum het model van ‘vrije associatie’ voorleggen. Bonaire als Koninkrijkseiland, dat rechtstreekse banden heeft met Nederland, maar eigen autonomie behoudt. Bijleveld wil daar niets van horen. Lees hier de recente ”nota naar aanleiding van het verslag’. Volgens Wit gebruikt zij daarvoor drogredenen. Want precies die status van Koninkrijkseiland is in 1993 al door Nederland voorgesteld. De plannen voorzagen toen ook in  een ‘volledig uitgewerkt concept van Staatsregeling’.

Zijn pleidooi sluit aan bij het internationaal recht, aldus Wit. “Het recht op zelfbeschikking is niet voor niets een recht van de bevolking en niet een recht van politici.” Ook de bevolking van Curacao moet zich nog uitspreken. Een of twee keer een ‘nee’, kan de staatshervorming behoorlijk in de wielen rijden. Dan kalft ook de steun in het Nederlandse parlement af. Lees daarover dit bericht.

‘Inlijving’ bij Nederland lijkt voor veel inwoners aantrekkelijk, omdat dan ook het welvaartspeil en de sociale voorzieningen naar Nederlands niveau worden getrokken. Maar locale  overheden  in Nederland hebben maar beperkte autonomie. Dat zal  ook gelden voor Bonaire en de andere twee BES-eilanden, zo waarschuwt Wit. “Nederland zal een zeker minimum-niveau moeten garanderen. Maar gelijke rechten zullen niet zonder slag of stoot aan de Bonairiaan worden toegekend. Men zal voorbereid moeten zijn op een lange en kostbare juridische strijd.”

Op de Antillen leeft het besef dat Nederland zich beroept op afspraken met lokale politici die nu verdacht worden van vastgoedfraude. En het justitieel onderzoek kwam pas naar buiten nadát die afspraken met de in opspraak geraakte politici in 2008 gemaakt waren. Toeval, of niet?